DE DROGREDEN VAN DE INTERNE MEESTER (3e deel) Al dan niet een meester zijn? Al dan niet een leerling zijn? Zijn er gemengde opties op tussenliggende opties? Een meester en/of een leerling willen zijn daagt de weerstand uit om ons te genezen vanuit en in de relaties.

HET INNERLIJK MEESTERSCHAP IS EEN PROCES DAT ZICH VAN BUITEN NAAR BINNEN ONTWIKKELT.

In de interactie met de anderen ligt de belangrijkste sleutel van de innerlijke evolutie.

“Buiten” is de ruimte vanwaar alles komt dat zich binnenin zal nestelen. Het is ook zo dat al het interne van buiten is gekomen. En in de menselijke ervaring is het meest nabije en wat ook dichtbij is, de andere. Wanneer de anderen de oorzaak zijn van onze slavernij of ons lijden, hebben we iemand anders nodig die ons komt redden om de ontgoocheling te genezen en ons te kunnen verzoenen met het externe. De ander is het middel om naar de oorsprong van het externe te geraken. Voorbij de ander staat God, het bestaan, de creatie of de bron van het leven. Als het probleem in de buitenwereld zijn oorsprong heeft, dan dient de oplossing ook vanbuiten te komen. De meester is dit “buiten mezelf” die me het nieuws komt brengen die mijn perceptie van het externe zal veranderen. Om dit nieuws te kunnen brengen heeft men een authentieke wijsheid nodig.

Elke interne of externe meester vertegenwoordigt een ingebeelde figuur die er toe bereid is zich te verbinden met de interne of externe leerling (andere ingebeelde figuur) zodat ze op die manier een interactie hebben die (voor beiden) transformerend kan zijn. Eigenlijk komt het er op neer dat ze zich dienen te verzoenen en dat ze daartoe personages creëren die deze heling representeren. Daarom dat ik bevestig dat de heling een authentiek toneelstuk is.

Handelen en gezien worden; geven en ontvangen; praten en luisteren; het zijn de polariteiten van hetzelfde proces: AANREIKEN EN AANVAARDEN. Het is de dialoog van het leven met de ziel  van diegenen die ons bewust zijn van de kans die we hebben om op te gaan in het Alles. Betalen en aanrekenen, lenen en teruggeven, verliezen en terugvinden, vergeten en herinneren; het zijn acties die dezelfde essentie vertegenwoordigen van de ervaring die het ons ten beurt valt te beleven als mensen. Geboren worden en sterven of toekomen en vertrekken zijn ook symbolen van dezelfde cyclus; het zijn de sleutelpunten in het register van ons bewustzijn. Afhankelijk van de manier waarop we het ervaren, stellen we ons in voor een bepaalde of een heel andere manier van leven. Het opschrift van het graf van Osho, een meester die zeer veer leerlingen had en die een zeer vol leven leidde, zegt: ”Ik kwam op een dag en op een dag ging ik weg; ik kwam op bezoek op de planeet aarde”. Hij was zich bewust van die cyclus.

Dit bezoek zit vol van hetzelfde, begin- en eindmomenten, en is daarom ook gevuld met overgangen en vergankelijkheden. De relatie van de meester en de leerling is een vergankelijke fase; het dient waartoe het dient en daarna moet men afscheid nemen. Als het permanent zou zijn, zou het ziekelijk zijn en zou er zich een patstelling voordoen. Elke relatie meester-leerling wordt pathologisch wanneer die de noodzakelijke tijd overschrijdt. Wanneer je bij een authentieke meester geweest bent, zal er altijd een moment komen dat die vraagt om hem/haar te doden want enkel zo kan je vanuit jezelf en je eigen kracht verder gaan.

Zoals we reeds behandeld hebben in deze reeks artikels, annuleer je de mogelijkheid om leerling, volgeling en afhankelijk te zijn wanneer je de externe meester elimineert maar daarmee beëindig je ook een relatie die je heel erg van dienst is om het vertrouwen in de ander te recupereren. Als je de interne meester elimineert, annuleer je de mogelijkheid om te geloven dat jij dat bent en daar eindigt dan ook de mogelijkheid om het vertrouwen in jezelf terug te winnen. Het zelfbedrog dat je tegelijkertijd de meester en de leerling bent eindigt daar ook mee en op die manier stopt de relatie met jouw eigen gespiritualiseerd ego vanuit een behoeftig personage. Ook dat is een helende relatie maar van een laag niveau want het is veel neurotischer dan de vorige. In beide gevallen laat je de mogelijkheid opzij liggen om in relatie te gaan en dat is het probleem. Als je zonder de mogelijkheid blijft om je contacteren met anderen (min of meer reële of fictieve anderen), isoleer je jezelf, je sluit je af, je annuleert jezelf, je verschuilt je in jouw gedachten en je scheidt je nog verder af van de buitenwereld en van de anderen dan vooraleer je het genezingsproces begonnen bent. Je blijft alleen en verloren achter. Het zou beter geweest zijn om met jouw meester te blijven, of vast te houden aan het geloof over wat je bent want dan zou je tenminste jouw neurotische relaties onderhouden hebben. Dat is beter dan een kluizenaarspersonage te creëren, een sociaal verbitterde die haat en wrok naar de anderen voelt. Er zijn veel types van psychopaten en psychopatieën.

EEN MEESTER NODIG HEBBEN IS EEN VADER NODIG HEBBEN DIE ONS AANVAARDT EN DISCIPLINEERT.

De conclusie over wat het betekent en teweeg brengt zich te kunnen overleveren en ontvangen, trekken we uit de relatie met onze ouders. Daar vandaan komen de meeste ideeën over onszelf en de anderen; en daarvandaan komt het model van ons te verbinden, van “in relatie te gaan” dat we ons hele leven in stand houden. Wat zij ons niet gaven; wat we niet kregen; wat we hen niet gaven of wat zij niet van ons ontvingen; dat schema van overgave en aanvaarding definieert zich reeds op jonge leeftijd. Vandaar blijven er ontberingen, eisen, klachten, wrok en gevoel van onrechtvaardigheid. Wanneer we reeds genoeg hebben te lijden omwille van wat dit teweeg brengt in onze relaties, gaan we op zoek naar een meester die het substituut is van de vader of worden we verliefd op de Pachamama als substituut van de moeder. Gaia wordt de moeder die van me houdt en in alles voorziet; de Grote Spirit wordt de vader die me respecteert en die me gidst. God en de maagd Maria vervullen diezelfde functie. In deze relaties met de buitenwereld proberen we de interne wonde met onze ouders te helen maar velen blijven steken in een neurotische relatie met de natuurelementen of met religieuze figuren omdat ze zich er nog niet van bewust worden dat dit enkel een stap is naar  heling.

Eigenlijk en zonder het te willen, hebben wij mensen een verzoeningsmethode gecreëerd met het externe wat ons toelaat de wrok, de woede en de haat te genezen die we voelen omdat we niet werden bemind en gerespecteerd, omdat we werden aanvaard en met wijsheid werden gegidst. We staan nu op de tweespalt; spelen we het spel van de genezing als de meesters of als de leerlingen. In werkelijkheid is het niet belangrijk welke rol je kiest zolang je maar bewust bent dat het een tijdelijk spel is dat je speelt om de percepties te repareren en het vertrouwen te recupereren.

Als je een meester zoekt of hebt, kan je een passieve volgeling worden zonder de verantwoordelijkheid over jezelf te nemen, een afhankelijke van jouw ouders voor het hele leven. Als je de innerlijke meester zoekt en vindt kan je jezelf omtoveren in een monument van zelfbedrog omdat deze meester jouw ego zal zijn die zich verkleed heeft in een kostuum van spiritualiteit. Velen zijn zich reeds met veel intelligentie en vaardigheid bewust geworden van deze twee (min op meer tragische) opties en kiezen voor de derde optie: geen enkel meester zoeken, noch buiten zichzelf nog binnen in zichzelf en ze worden een autarchisch wezen dat niet in het spel trapt van leerling of meester te zijn. Het slechte nieuws dat ik voor deze groep mensen heb, is dat ze authentieke levende doden kunnen worden die in de limbo blijven en in een gebrek van connectie met de anderen aangezien het in de interactie met de anderen is dat zich een transformatie kan bewerkstelligen. De inter-afhankelijkheid en de onvoorwaardelijkheid zijn de basis van ons meesterschap dat zich ontwikkelt in de relaties. Wat een innerlijk meesterschap vraagt is welke houding je zal aannemen ten opzichte van hen die je omringen, je vergezellen, je bekijken, je afwijzen, je bekritiseren, of je ontgoochelen. ZIJ kunnen allerlei emoties en gevoelens in jou teweeg brengen, zij kunnen maken dat je een duivel wordt of een lief katje. Waar hangt het vanaf dat zich zo verschillende reacties voordoen in de relatie met anderen?

In psycho-emotionele experimenten heeft men bevestigd dat we ons veranderen ten aanzien van anderen om niet afgewezen te worden, om ons normaal te voelen, om erbij te horen en aanvaard te worden, om niet in conflict te komen; we PASSEN ONS AAN. In het geval van het meesterschap via de interactie met anderen produceert zich het tegenovergestelde; de persoon die een individu wordt (iets onverdeeld) voelt niet meer de noodzaak om zich aan te passen – aan niemand – maar wel om zichzelf te zijn. Hij hoeft zich daarvoor echter niet afscheiden van de anderen maar respecteert de individualiteit van elkeen. Het kan niet verder staan van het normaal willen zijn; de schrik voor de afwijzing beslist niet; de schuld om ons te aanvaarden transformeert zich in ongevaarlijke hoogmoed; het welzijn is gegarandeerd; het leven functioneert en voorziet alles. Het gevoel van geluk en zegen komt over ons. Het is wanneer het bewustzijn de moeder wordt. De transformatie is in gang gezet en niemand kan die nog stoppen. Op dat moment begint men te overstijgen.

Het meesterschap is geen programma om een meester van zichzelf of van de ander (wat hetzelfde is) te worden maar een programma om te stoppen dat te willen worden. Het meesterschap is een opgeven, een proces waarin ik me bewust kan worden dat ik de meester ben, het altijd geweest ben maar dat ik dat vergeten was.

Wanneer Osho in de jaren ‘80 aan al zijn leerlingen vroeg om de foto van hem die ze op hun borst hadden hangen, weg te doen, was er ongelooflijk veel ontgoocheling. Veel leerlingen gingen in crisis omdat ze niet konden rekenen op de aanwezigheid van de meester die hen op elk moment had vergezeld, zelfs op het toilet. Zonder het te willen had de meester een reeks afhankelijke wezens gecreëerd die – ook al hadden ze de relatie met hun ouders geheeld of de wonden die door hen veroorzaakt werden- nog niet geleerd hadden om zelf op weg te gaan. Velen stuikten daardoor in.

Maar het kan ook gebeuren dat, wanneer je geen meesters hebt, je kan geloven dat je reeds tot alles in staat bent. Je begint dan te wandelen zonder dat je reeds in evenwicht kan blijven, noch voldoende kracht hebt en dan val je ook. Beide opties kunnen min of meer negatief of moeilijk zijn in jouw evolutie. Maar is er een andere optie die ons kan helpen om niet te vallen?

Als je kan vallen door de noodzaak om afhankelijk te zijn of door de noodzaak om onafhankelijk te zijn, is het zeker dat je zal vallen. We zullen dus dieper moeten ingaan op het geheim van wat de menselijke relaties van onderdanigheid-dominantie beweegt en bestendigt. Als we durven ons daarin te begeven, is het mogelijk dat we ertoe komen om te begrijpen waar de spleet is via dewelke we het mysterie van de oplossing kunnen bereiken zonder te moeten vallen, zonder te moeten lijden of tijd te moeten verliezen; ook al is het zo dat veel mensen het hart geopend hebben voor het mysterie omdat ze zich het hoofd gebroken hebben in één van deze valpartijen. Zoals ik.

Dit laat ik voor een vierde deel van deze reeks.

Alberto José Varela

nosoy@albertojosevarela.com

Aandeel

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top